Menu
sluiten

03. Veredeling

Onderzoek begint bij het implementeren van de juiste traits of eigenschappen. De behoeften van de telers en de vereisten van de suikerindustrie moeten in de toekomstige genetica ingekruist worden. Alle eigenschappen die de suikeropbrengst kunnen verhogen, zoals nematodetolerantie, een hoge suikeropbrengst, ... moeten aanwezig zijn in de vader- en moederlijnen, die de “inteeltlijnen” genoemd worden.

Een hybride veredelingssysteem waarbij de beste eigenschappen van beide ouderlijke inteeltlijnen gekruist worden, levert betere suikerbietplanten op. Dankzij wetenschappelijk onderzoek naar veredeling en vele jaren ervaring kan SESVanderHave verzekeren dat de vereiste eigenschappen ingeteeld worden.

SESVanderHave Innovation Center (SVIC)

Dit proces start in ons nieuwe state-of-the-art SESVanderHave Innovation Center (SVIC) in het Belgische Tienen, een voorbeeld van hightech onderzoek van wereldklasse onder glas. Het SVIC is een complex met de grootte van vier voetbalvelden waarin de wetenschappers van SESVanderHave hun onderzoek uitvoeren. In het SVIC kan het volledige spectrum aan klimaatomstandigheden gereproduceerd worden, zodat het onderzoek binnen perfect gesimuleerde parameters kan gebeuren om de juiste resultaten op te leveren. We kunnen de suikerbieten hier bijvoorbeeld blootstellen aan temperaturen tot 40°C of net vriesnachten simuleren. We kunnen het overdag zelfs nacht laten worden. Deze innovatieve technologieën maken van het SVIC een van de meest geavanceerde onderzoekscomplexen wereldwijd in de agro-industrie en laten SESVanderHave toe om zijn onderzoekscapaciteit te vergroten en het ontwikkelingsproces voor suikerbietvariëteiten te versnellen.

Veredeling begint met twee vruchtbare planten

Veredeling begint met twee vruchtbare planten, i.e. twee planten met een stamper en meeldraden. Deze inteeltplanten worden zorgvuldig geselecteerd uit de uitgebreide kiemplasmabank van SESVanderHave, die variëteiten bevat die hun waarde in het verleden al hebben bewezen.

Van een van de twee planten worden de meeldraden manueel verwijderd om van deze plant de “inteeltmoeder” te maken. In een pollendichte zak bevrucht een andere mannelijke tak deze plant, wat resulteert in de beoogde nieuwe combinatie van eigenschappen.

Hoe dit in zijn werk gaat

We controleren daarop onmiddellijk of dit zaad de gewenste eigenschappen heeft. Deze controle gebeurt in het laboratorium voor moleculaire merkers, waar het genoom - het dna - van bladmonsters van de “kroost” gecontroleerd wordt. Alle planten die voor de zaadproductie gebruikt worden, worden gescreend, waardoor we voor elk zaadje en elke plant een “genetische paspoort” ter beschikking hebben. Zo weten we van bij de start van het onderzoek al welk zaad gebruikt zal worden in het ontwikkelingsproces van de nieuwe variëteit.

De ontwikkeling van deze inteeltlijnen vereist een delicaat evenwicht tussen diverse factoren, wat bereikt wordt door complexe onderzoekstechnieken. SESVanderHave heeft de meest innovatieve technieken ontwikkeld om de werking van het hierboven beschreven veredelingsproces te verzekeren.

Labo voor biotische stressbeheer

Zo kunnen we bijvoorbeeld de eigenschappen van de bladmonsters nauwkeurig analyseren. Wanneer we vaststellen dat een bepaalde “moeder” of ”vader” gevoelig is voor een bepaalde ziekte, onderzoeken we deze factoren verder in het Labo voor biotische stressbeheer in het SVIC. Hier worden de diverse suikerbietziektes in kaart gebracht en uitgetest op de nieuwe variëteiten. De planten die voor al deze ziektetests slagen, worden meegenomen naar de volgende fase, terwijl hun gevoeligere collega’s uit het proces verwijderd worden. In onze speciale groeikamers voor abiotisch stressbeheer in het SVIC worden ook grondige tests uitgevoerd rond "abiotische stressfactoren" zoals hitte, droogte, lichtintensiteit, luchtvochtigheid en vruchtbaarheid.

Met alle verzamelde gegevens wordt een gedetailleerde beschrijving van elke plant opgesteld, inclusief de tolerantie voor biotische en abiotische factoren, de geschiedenis van de vader- en moederlijnen, de werking van de eigenschappen en de voornaamste genen die dan in kaart kunnen worden gebracht in het genoom van de suikerbiet. Dat is precisiewerk en vereist een enorme hoeveelheid computergegevens en expertise. Dankzij deze genetische kaart kunnen moleculaire merkers ontwikkeld worden voor de belangrijkste eigenschappen, waardoor de veredelaars de veredelingscycli kunnen versnellen.