sluiten

Bij de huidige, lagere suikerprijzen telt elke kostenbesparing. Een belangrijke kostenpost is de meegeleverde grond, oftewel tarra. Terwijl de suikerprijs onder druk staat, zijn de kosten voor tarra zelfs toegenomen. Daarom rijst de vraag: kan een teler via zijn rassenkeuze invloed uitoefenen op het tarragehalte? Het antwoord is ja.

Op de rassenlijst worden rassen beoordeeld op hun tarragehalte en ingedeeld in drie categorieën: laag, midden of hoog. Hoewel weersomstandigheden en grondsoort een grote invloed hebben op de hoeveelheid meegeleverde grond, speelt ook de rassenkeuze een belangrijke rol.

Het tarragehalte wordt voor een groot deel bepaald door de vorm van de suikerbiet. Suikerbieten hebben zogenaamde lijsten, die een belangrijke invloed hebben op de hoeveelheid grond die aan de biet blijft hangen. Vooral de diepte van deze lijsten is hierbij bepalend. De genetica van SESVanderHave (UBS) kenmerkt zich over het algemeen door oppervlakkige lijsten, waardoor minder grond aan de bieten blijft kleven.

De meeste rassen op de rassenlijst krijgen voor tarra een gemiddelde waardering. Toch zijn er enkele rassen die zich onderscheiden door een lagere hoeveelheid meegeleverde grond. Dat zijn JEWEL, LANCELOT? ALBANY (SV 2952) en POMONA (SV 2957). Voor telers die hun tarrakosten willen beperken, kunnen deze rassen daarom een interessante keuze zijn.